Maatvoering met AutoCAD - Hoofdstuk 6

27.4-afmetingen bewerken

De reeds gemaakte afmetingen kunnen natuurlijk worden aangepast. Als u op een afmeting klikt, ziet u dat het grip als object voorstelt. Dus u kunt de technieken van bewerking door grepen toepassen die we in het hoofdstuk 19 hebben gezien. De grepen die aan het begin van de extensielijnen toestaan ​​veranderen van de afmeting van de hoogte, die op de dimensieregel alleen toe om de hoogte te wijzigen. In sommige gevallen heeft de greep een multifunctioneel menu.

Het is echter duidelijk dat wat we in een dimensie zoeken is dat het de metingen van een object weerspiegelt, zodat het meest wenselijke is dat elke verandering in de geometrie van het object ook in de waarde van de dimensie wordt weerspiegeld. Om dit te bereiken kunnen we dan zowel de afmeting als het object aanpassen, dan kunnen we een aantal van de gemeenschappelijke grips uitrekken, waarmee de dimensie en het object samen worden aangepast. Dat is echter niet nodig. We kunnen een dimensie koppelen aan een specifiek object. Dus, voor elke wijziging, wordt de dimensie automatisch bijgewerkt. Dat is de functie van de Reasociarcota opdracht. Door op de knop te drukken wijzen wij simpelweg de afmeting aan en wijs het object aan dat daarmee overeenkomt.

Op een dimensieobject kunnen we ook andere wijzigingen toepassen met de opdrachten van hetzelfde gedeelte. Bijvoorbeeld, we kunnen het object op een schuine wijze regelen, we kunnen ook de tekst roteren, net zoals we het op de dimensielijn kunnen rechtvaardigen.

Het is echter duidelijk dat andere wijzigingen op dimensieobjecten gewenst zijn: de grootte van de tekst, de afstand van de uitbreidingslijnen, het type pijl, enzovoort. Deze specificaties van een dimensie worden vastgesteld door middel van de dimensiestijlen, die het onderwerp van studie in het volgende gedeelte zijn.

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Ontdek hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.